| Achternaam | Rijswijk | Tussenvoegsels | van |
| Voornamen | Albertus Barbara | Voorletters | A.B. |
| Beroep | Opperman | ||
| Geboorteplaats | Culemborg | Geboortedatum | 04-12-1905 |
| Overlijdensplaats | Eems a/b ms. Joanna | Overlijdensdatum | 09-05-1945 |
| Begraafplaats: R.K.-Begraafplaats te Culemborg | |||
| Gemeente | Culemborg |
|
|
| Provincie | Gelderland | ||
| Land | Nederland | ||
| Vak | Grafsteen | ||
| Rij | is ge- | ||
| Nummer | ruimd | ||
| Gedenkboek | 43 | ||
Algemene gegevens afkomstig van
www.ogs.nl
De
Triowijk
De 39-jarige
A.B. van Rijswijk
uit de 2e Triostraat, was getrouwd en had bij zijn vertrek een
dochtertje van 6 jaar. Hij was opperman bij aannemer Van Hussen in
Culemborg.
Doordat
Albert zich ontrokken had aan de zogenaamde Arbeidseinsatz,
verbleef hij sinds de zomer van
1943 in kamp Amersfoort. In 1943 en 1944 had deze Arbeidseinsatz een
grimmig karakter gekregen doordat veel Nederlandse arbeiders gedwongen
werden om in Duitsland te gaan werken. Wie dat niet wilde, had kans op
gevangenneming en liep kans op dwangarbeid. Vanaf mei 1943 had kamp
Amersfoort de status gekregen van strafkamp voor Nederlanders die zich
hadden ontrokken aan de Arbeitseinsatz. Na hun arrestatie verbleven ze
zes weken in dit kamp voor ze ingezet werden in Duitsland als
dwangarbeiders. Vanaf begin 1944 werd deze straf verlengd met drie tot
zes maanden werkopvoedingskamp in Duitsland. Vanaf midden 1944 werden
ook op de Duitse Waddeneilanden van dit soort kampen ingericht.
Op 7 juni 1944 vertrok vanuit Amersfoort het eerste transport van 216
mannen naar het Waddeneiland Nordeney. Zij zouden daar zes maanden
moeten verblijven, voordat ze weer in de Arbeitseinsatz werden ingezet.
In de nacht van 14 op 15 juni 1944 vertrok Albert
uit dit bewuste kamp met een transport van 315 man per trein, via Wilhelmshaven, naar het Duitse
Waddeneiland Wangerooge. Zij werden tijdens de reis per vijf man aan elkaar
geketend. Albert kwam hier in een straf/werkkamp terecht en werd ingezet bij
Organisation Todt bij de bouw van bunkers. Hij heeft hier zeer zwaar
werk moeten verzetten, onder moeilijke omstandigheden. Op 25 april 1945
bombardeerden 482 Engelse, Canadese en Franse bommenwerpers van het type
Lancaster, Halifax en Mosquito het eiland. Het zou een van de laatste
grote luchtbombardementen uit de Tweede Wereldoorlog zijn. Bij de aanval,
rond 16.00 uur, werden zo'n 6.000 bommen losgelaten boven het eiland. De
gevolgen waren vreselijk: het dorp werd grotendeels in puin geschoten,
bunkers vol getroffen en de gevangenenbarakken waren na het bombardement
spoorloos verdwenen. Het hele eiland was veranderd in een
kraterlandschap. Bij de aanval verloren 140 militairen, 64 dorpsbewoners
en 120 dwangarbeiders het leven (48 Nederlanders, 36 Belgen, 16 Polen,
16 Fransen en 4 Marokkanen).
Net na de totale Duitse capitulatie op 8 mei 1945 werden de
Nederlandse arbeiders gerepatrieerd en voer de
ms. Joanna over de Eems
richting Nederland. Het scheepje voer echter de volgende dag in het
zicht van de haven van Delfzijl op een zeemijn en 38 van de
46
opvarenden, waaronder Albert, verdronken.


De familie van bovenstaande personen kreeg net na de bevrijding van de
Nederlandse katholieke Arbeidersbeweging een oorkonde ter herinnering aan hun
dierbare.
Albert
ligt begraven op de Algemene Begraafplaats te Culemborg, maar zijn
graf is in 1989 geruimd. Albert staat wel vermeld in gedenkboek 43.