| Achternaam | Paardekooper | ||
| Voornamen | Johannes Ignatius Marie | Voorletters | J.I.M. |
| Rang | Sold. | ||
| Mil. onderdeel | 3-II-32 R.I. | ||
| Geboorteplaats | Oosterhout (Gld) | Geboortedatum | 21-11-1904 |
| Overlijdensplaats | Rotterdam | Overlijdensdatum | 14-05-1940 |
| Begraafplaats Gem. Begraafplaats Crooswijk te Rotterdam | |||
| Gemeente | Rotterdam | ||
| Provincie | Zuid-Holland | ||
| Land | Nederland | ||
| Gedenkboek | 43 | ||
Algemene gegevens afkomstig van www.ogs.nl

Rechts bakkerij Paardekooper-Ausems op de Zandstraat
Valburgenaar
en broodbakker Jan Paardekooper
trouwde op 2 februari 1937 in Culemborg met Marie Antoinette Aussems, de
zus van de bekende Culemborgse architect. Ze hadden samen een bakkerij in de
Zandstraat 20, in het huidige pand van bakkerij Verheijde. 30 maart 1939 kregen
ze samen
dochtertje Hermaan. Zij was 5 maanden oud toen haar vader
in maart 1939 als dienstplichtige werd opgeroepen en terecht
kwam bij 2-32 Regiment Infanterie. Dit bataljon maakte
deel uit van Vesting Holland, dus voor verdediging van het meest westelijk deel
van Nederland. Vesting Holland had een Westfront, een zuidelijk deel was groep
Spui en groep Kil bevond zich rond Moerdijk, en een Oostfront met verschillende groepen oa
Merwede, Utrecht, en Lek. Tot deze laatste groep hoorde ook bataljon 2-32 RI. en
zijn mitrailleur compagnie MC-2-32 RI., welke bestond uit 150 man. Zij bewaakten
de vakken Honswijk en Everdingen met hun respectievelijke forten. Hier verbleef
Jan ook toen de oorlog uitbrak. Hij schreef op eerste pinksterdag 1940 in zijn
laatste brief naar huis nog hoe hij vanuit fort Honswijk zag, dat sommige
gebouwen in Culemborg in brand stonden:
"Ik maak het nog heel best. Hoe gaat het bij jullie? Wat
een gevuur vanmorgen boven de stad. Ik zag het hier vanaf het fort. Het regende
vuurstralen. Blijf maar zoveel mogelijk binnen gedekt.
Hoe gaat het met Hermaantje? De heleboel zal wel in het honderd liggen. Schrijf
je nog even wat terug?
Ik heb de groeten gehad van die man. Heb je al wat gehoord of je weg moet?
Wat een Pinksteren hé? Had je dat donderdagmiddag kunnen denken toen ik nog bij
je was?
Ik hoop je tenminste nog spoedig weer eens te zien en ons lieve Hermaantje. Daar
denk ik natuurlijk dikwijls aan. Nu daag.
Je man Jan."
Kort daarop werd hij overgeplaatst naar Rotterdam. Op 14 mei 1940
was Jan daar met zijn commandopost gelegerd in een groot huis aan de Leuvenhaven 143 in Rotterdam. Zijn kameraad H. te Beest, was zojuist teruggekeerd van het halen van
eten en patronen, toen zijn kapitein Arkema vroeg of hij ook nog
handgranaten voor hen wilde halen. Het was rond 14.00 uur toen juist op dat
moment de eerste Duitse bommen in dat gedeelte van Rotterdam vielen. Volgens
zijn dienstmakker werd Jan door de zware
explosies weggeslingerd en kwam terecht op een partij olievaten,
nabij een pand op nr. 153. Hij raakte daarbij zo ernstig verbrand, dat
hulp niet meer baatte. Doordat hij niet meer was te identificeren is
hij in de dagen daarna in vermoedelijk in de verwarring op de Algemene Begraafplaats Crooswijk te Rotterdam
niet bijgezet in het Militaire vak P, maar in het Burgervak GG.
Uit twee brieven van de familie Paardekooper met het Rode Kruis van
juni 1940 en 31 januari 1941 bleek echter dat er toen nog steeds niets
officieel bekend was over het lot van Jan Paardekooper.
Op 13 juni
1941 gaf de Raad van Arbeid van Nijmegen echter al wel een
overlijdensverklaring af.
In een brief van 12
juli 1941 verzocht het Rode Kruis de familie om meer
gedetailleerde gegevens van het slachtoffer, om tot eventuele
identificatie te kunnen komen. Na een grondig onderzoek, waarbij
zelfs stoffelijke overschotten werden opgegraven, bleek dat Jan
Paardekooper daar niet bij zat. Een brief van
27 november
1941 van het Rode Kruis geeft daarover uitsluitsel. Daaruit
bleek tevens dat er op Crooswijk in een burgergraf "nog het geheel
verbrande stoffelijk overschot van een onbekend persoon rustte, die
was gevonden bij pand Leuvenhaven 153. Aangezien verschillende
oud-collega's van Jan tegenstrijdige verklaringen hadden afgelegd
over de exacte plaats van overlijden durfde de weduwe niet akkoord
te gaan en wenste zij begrijpelijkerwijs meer bewijs wat zij
schrijft in een brief van
12 december
1941 aan de burgemeester van Rotterdam. Die schreef in een
reactie van 16
januari 1942 dat hij nooit 100% zekerheid kon geven. Het duurde
het nog tot
3 juni 1947, totdat ook de Gemeente Culemborg een officieel
overlijdensbewijs afgaf.
Mevr. Paardekoooper-Aussems heeft echter jaren geprocedeerd, voordat zij in aanmerking kwam voor een weduwe-uitkering. Ze bleef met dochter Hermaan bij haar broer in de Zandstraat wonen. Knecht Verheijde uit haar bakkerij nam de bakkerszaak toen over.
De zoon van Hermaan Stempher-Paardekooper vond in 1997 na het overlijden van Marie Paardekooper de hierboven getoonde brieven. Hij kon m.b.v. de brief van een toenmalige dienstmakker en die van het Rode Kruis, aantonen dat Jan Paardekooper met grote waarschijnlijkheid diegene was die op Leuvenhaven 153 in Rotterdam gevonden was. Hij diende met succes een verzoek in om hem op te nemen in het namenregister van het oorlogsmonument op het erehof van burgervak GG, op de Rotterdamse begraafplaats ‘Crooswijk’ aan de Kerkhoflaan te Rotterdam. Door bemiddeling van de webmaster is Jan in januari 2009 tevens opgenomen in het bestand van oorlogsslachtoffers.

De foto en brieven zijn beschikbaar gesteld door Ronald Stempher, een kleinzoon van Jan Paardekooper.