|
Achter de oude spoorbrug en steenfabriek ligt de Leerdamsebuurt en Steenovenlaan.
Op een
klassenfoto uit 1916-1917 van de zgn. Scheffelschool staan v.l.n.r.:
Doris, Jan en Arnold Wijnen
Arnolds vader was de sigarenmaker
Willem Antonie Wijnen die in 1901 trouwde met de
Culemborgse Alida Drost. Het gezin was woonachtig
in de Leerdamsebuurt
op de Steenovenlaan 46, nabij de Veerweg.
Ze kregen samen 12 kinderen, waarvan er zes niet vroegtijdig
overleden: Maria Geertruida (1902), Doris (1904), Hermanus (1908),
Otto (1910), Arnoldus (1912),
Hendrika (1913).
Toen Alida in 1919 overleed, hertrouwde Willem op 3 februari 1922 in Culemborg
met de weduwe Elisabeth van den End.
Zij had vier kinderen uit haar eerste huwelijk. Op 30 mei 1930 verdronk haar
20-jarige zoon Cornelis Werps, metaalbewerker, in de Lek. Alie en Willem
kregen samen nog twee kinderen:
Alie en Leendert.
Nol speelde samen met zijn achterneef Jan bij de toenmalige Culemborgse voetbalvereniging
Groen Witte Leeuwen aan de Beesdseweg.
Arnoldus ("Nol") woonde tot eind jaren twintig bij zijn ouders. Daarna vond hij
werk nabij Gorinchem.
Nol was door de
Arbeidsdienst samen met nog 15 Culemborgers
sinds 19 februari 1943 geplaatst bij de
metaalgieterij firma Ruhrstahl AG, de zgn. Annerner gietstaalwerken, in de
Duitse plaats Witten. Ze
verbleven buiten werktijd in het nabijgelegen Annen-Nord, kamp Hamburger Platz. Dit
waren ongeveer 20 barakken die plaats boden aan 8000 arbeiders uit diverse
landen.
De zwakbegaafde Nol was hier veger op het kampterrein. Toen de bevrijding nabij was,
braken de Russische gevangenen uit en richtten dagenlang vernielingen aan en
plunderden Witten en omgeving. In dit machtsvacuüm is Arnold vermoedelijk op
een of andere manier bij de Russen terecht gekomen en op 12 april 1945 om
het leven gekomen.
Geen van de andere Culemborgers uit het kamp heeft daarna nog iets van hem vernomen.
Lees hier een krantenartikel uit de CC over de bevrijding van het lager Witten.