Achternaam de Raad    
Voornamen Gijsbert Nicolaas Voorletters G.N.
Rang serg.-maj.    
Mil. onderdeel KNIL.    
Geboorteplaats Culemborg Geboortedatum 17-02-1878
Overlijdensplaats Semarang, kamp Halmaheira Overlijdensdatum 25-04-1943
Begraafplaats           Nederlands ereveld Kalibanteng te Semarang
Gemeente Semarang  
Land Indonesië
Vak M-II
Nummer 44

De Zandstraat

De ouders van Gijsbert waren de Culemborgse pakkistenmaker en timmermansknecht Roelof de Raad en de van Everdingen afkomstige Woutertje van Meeuwen. Zij woonden op de Zandstraat en kregen daar vijf kinderen: Jozephus (1865), Cornelia (1866), Sijgje (1868-1924, Sijmen (1871-1878), Roelof (1873),Wouter (1876-1878) en Gijsbert (1878-1943). Toen laatstgenoemde 16 jaar was, overleed zijn moeder.
In november 1896 tekende Gijsbert, die toen al Nico werd genoemd, op 18-jarige leeftijd voor het K.N.I.L. Hij kwam terecht bij de Grenadiers en Jagers en maakte ook deel uit van hun muziekkorps, waar hij hoornblazer was. Hij bracht het tot de rang van sergeant-majoor.
Hij trouwde op 7 november 1910 te Malang met Maria Berger. In 1911 ging hij al met pensioen. Nico begon in Malang al snel een wasserij, dat een gat in de markt bleek te zijn vanwege de vele hotels. Door Nico's gezondheidsproblemen verhuisde het gezin naar het nabij gelegen Dampit. Hier bezat hij tenslotte een huis, een fabriek en een klein landbouwbedrijf, dat koffie produceerde.

Hij kreeg samen met zijn vrouw acht kinderen: Antony, Johan, Wouter, Nico, Erik, Elestrina, Melanie en Sijda. De eerste zes kinderen trouwden al voor de oorlog. De jongste twee waren nog tieners toen hun ouders door de Japanse bezetters geïnterneerd werden. Eigenlijk hoefden alleen deze twee kinderen in een interneringskamp. Nico was daar eigenlijk al te oud voor en moeder hoefde niet vanwege het feit dat zij halfbloed was. Hij was onafscheidelijk van zijn vrouw en kinderen en stond erop dat hij met hen meeging naar kamp De Wijk in Malang. Hier waren ze nog maar kort, toen ze hoorden dat al hun bezittingen door onbekenden met de grond gelijk waren gemaakt. 
In oktober 1944 werd het gezin overgebracht naar Semarang. Ze kwamen in kamp Karang Panas terecht. Nico's vrouw en kinderen in het kloostergedeelte en hijzelf in de kerk. Na twee maanden werden de mannen, waaronder Nico, op trucks weggevoerd naar kamp Halmaheira. Het was een emotioneel afscheid van zijn gezin. Op 18 december 1944 is hij hier overleden.