Algemene gegevens en foto afkomstig van www.ogs.nl
Jan
werd geboren als oudste zoon van onderwijzer Arjen Ronner en Sieuwke Poppinga.
Zijn vader was anderhalf jaar verbonden aan de Christelijke lagere school in Culemborg. In
1924 verhuisde het gezin naar Hoogezand, waar zijn vader hoofd van een lagere
school werd. Toen Jan zeven jaar was verloor hij zijn vader aan een
hartstilstand. Zijn moeder bleef achter met 6 kinderen. In 1930 verhuisde het
hele gezin naar Den Haag, waar moeder onderwijzeres werd aan de school waar al
haar kinderen het lager onderwijs volgden.
In de periode 1934-1941 werd zijn middelbare schoolperiode veelvuldig
onderbroken. Hij was moeilijk in het gareel te krijgen. Ook de gang naar de H.B.S.
mislukte. Jan werd daarna onder voogdij gesteld en uit huis
geplaatst en kwam vervolgens in een pleeggezin terecht. Het eindstation werd een
1-jarig verblijf bij zijn gepensioneerde grootvader en hoofdonderwijzer in Baarn. Hier
haalde hij
nog wel zijn U.L.O.-B diploma.
Jan tijdens zijn verblijf in Australië
In 1942 keerde Jan weer voor een korte periode terug naar zijn ouderlijk huis. Hij kon echter
niet goed opschieten met zijn stiefvader, met wie zijn moeder kort tevoren
getrouwd was. Aangezien hij zou
kunnen worden opgeroepen voor de Arbeitseinsatz, wilde hij via
Frankrijk naar Engeland vluchten. Zonder afscheid te nemen van zijn moeder,
vluchtte Jan via de kust van België en Frankrijk naar het zuiden. Daar werd hij echter in
Zuid-Oost Frankrijk opgepakt door de Duitsers
die hem in een kamp nabij Perpignan stopten. Na enige maanden zag hij kans daaruit
te ontvluchten. Vervolgens werd hij met hulp van de Franse ondergrondse over de Pyreneeën geleid.
Via Barcelona kwam hij tenslotte in Madrid aan, waar Jan werd opgevangen door de vrouw van de Nederlandse Consul, die hem
maanden verpleegde vanwege totale uitputting. Daarna vervolgde Jan zijn reis naar
Lissabon en vloog via Ierland naar Engeland, waar hij op 9 juli 1943 aankwam.
Hier werd hij door de Engelse MI6 binnenste buiten gekeerd om zeker te zijn dat
hij geen Duitse spion was.
Brief van Jan aan zijn broer over zijn vlucht vanuit Nederland
van 15 november 1945
Brief van Jan aan zijn moeder van 5 december 1942
Hieronder volgt de Staat van Dienst vanaf dat moment:

Naar aanleiding van zijn vermissing heeft de familie, volgens zijn zus, het volgende verhaal van de Gemeente Den Haag te horen gekregen: In Batavia kwam Jan op 30 november 1945, tegen de regels in, 's avonds toch buiten de poort van de kazerne. Hij is daar gezien met een meisje. Vermoedelijk werd Jan tijdens dat uitje gekidnapt en gedood door nationalistische vrijheidsstrijders (de N.T.I.). Zijn stoffelijk overschot is echter nooit gevonden.
Brief van Jan's commandant over toedracht vermissing
Er is ook een andere versie van het voorval. Dit staat vermeld in een boek van Jack Kooistra:
Laatste bericht: ereveld van
Indië en Nieuw-Guinea:
Deze laatste versie stond in een Verklaring van erfrecht iets specifieker aangeduid: een schietpartij op vliegveld Kemajoran bij Batavia na een overval van de N.T.I. :

Nader onderzoek zal alsnog moeten uitwijzen wat er precies gebeurd is.