| Achternaam | Coenmans | ||
| Voornamen | Johannes Petrus | Voorletters | J.P. |
| Geboorteplaats | Culemborg | Geboortedatum | 31-10-1922 |
| Overlijdensplaats | Culemborg | Overlijdensdatum | 05-03-1943 |

Johan is de
zoon van de in Culemborg erg bekende Otto Coenmans (oftewel Ot de Bakker) en
Johanna van Neunen. Het gezin bestond verder uit de kinderen: Cornelia,
Hendrikus, Johan, Truus, Rika, Ottolina, Otto en Willy.
Johan wilde in zijn jonge leven graag priester worden en vertrok op
jonge leeftijd naar de paters van Brakkenstein te Nijmegen. Na vier jaar
werd de opleiding echter eenzijdig door de paters afgebroken. Zij zagen
geen mogelijkheden meer voor hem in deze richting.
Johan was behalve koorzanger in de katholieke kerk, een begenadigd vioolspeler en drummer. Hij verzorgde vaak
samen met Hendrikus het muzikale gedeelte op bruiloften en partijen.
Hetzij in de combinatie accordeon-drum en/of piano en viool.

In het midden Otto en zijn eerste vrouw tijdens een revue-optreden
Na zijn afgebroken studie nam zijn broer Hendrikus hem mee naar de
meubelfabriek van Van Beurden, waar hij Johan opleidde tot
meubelstoffeerder. Hij werd ook lid van de houtbewerkersbond van de
Nederlandse Katholieke Arbeidersbeweging. Begin 1942 werd de firma
echter verplicht knechts te leveren voor de Arbeitseinsatz. Johan werd
naar Coswig,
nabij Dresden, in Duitsland gestuurd, waar hij kwam te werken in
de WASAG-kruitfabriek. (WASAG=Westfälisch-Anhaltische
Sprengstoff-Actien-Gesellschaft )
Hij moest daar munitie persen
in granaathulzen en landmijnen. Dit was erg zwaar en ongezond werk.
In Coswig ontmoette Johan per toeval ook Gradus Baars. Hij was tijdens de
mobilisatie en in de meidagen van 1940 gelegerd bij het afweergeschut nabij
Huize De Bol en maakte samen met Johan deel uit van het Culemborgs Katholieke
kerkkoor.

Gradus Baars(links) was samen met
Johan(rechts) misdienaar in Coswig. Daar de pater geen beschikking had over een
koor was dat voor Gradus een reden om een zangkoor (zie foto rechtsboven) op te richten waar Johan
(links bovenin)ook deel van uitmaakte.
De
WASAG-fabriek te Coswig
Johan was een erg serieuze jongen die zichzelf wegcijferde. Dit werd hem
in Coswig ook noodlottig. De door zijn vader aan hem opgestuurde etenspakjes, deelde hij op 's zondags uit aan zijn lotgenoten in de
barak. Hij vond dat hij boete moest doen voor de vele ellende die hij daar om
zich heen zag. Hij raakte steeds verder ondervoed en kreeg op een gegeven
moment ook pleuritis.
Op 4 januari 1943 kreeg hij te horen dat zijn moeder plotseling was overleden.
Op dat moment lag Johan in de lazaret en was hij zo ziek dat hij in eerste
instantie van de leiding geen permissie kreeg om naar huis te gaan. Zijn
kameraad, Gradus
Baars, knoeide met de thermometer en overtuigde de leiding dat de koorts was
gezakt. Hij had echter zo'n hoge koorts dat Gradus onder Johan's jas kranten
wikkelde en hem in de trein legde. In Culemborg
aangekomen kreeg de familie te horen dat ze hun broer van het station moesten
ophalen. Zij dachten dat ze Hendrikus bedoelde die voor de Arbeitseinsatz bij
Krupp in
Essen werkte en ook op weg was naar huis voor de begrafenis. Johan is toen op de
bakkerskar naar huis gebracht. Hij werd meteen in bed gelegd en was zelfs te
zwak om te praten. Hij was zo ziek, dat hij niet eens mee mocht naar de
begrafenis van zijn moeder. Twee maanden na zijn moeder overleed Johan op
20-jarige leeftijd in het Barbaraziekenhuis.

In het WASAG-kamp lag Johan samen met Gradus op kamer 20. Een stadsgenoot van Johan, op kamer 17, verzocht de burgemeester van Culemborg om een inzamelingsactie voor sigaretten te organiseren op de wijze zoals men dat in Gorinchem had gedaan.




De familie van bovenstaande personen kreeg net na de bevrijding van de
Nederlandse katholieke Arbeidersbeweging een oorkonde ter herinnering aan hun
dierbare.