Opbouw van een interview

 

Inleiding

De interviewer stelt de geinterviewde voor en geeft het onderwerp aan.

 

Middenstuk

De interviewer stelt de vragen:

Slot

De interviewer vat het gesprek samen en trekt als dat kan een conclusie. Eventueel kan hij een laatste reactie vragen van de geinterviewde. Tot slot bedankt hij de geïnterviewde.

 

Tips:

Een vraag waarmee je een nieuw onderwerp start, noemen we een hoofdvraag. Als je alleen hoofdvragen stelt, blijft het vraaggesprek over het algemeen oppervlakkig. Als je je gesprekspartner het gevoel wilt geven dat je geïnteresseerd bent in hetgeen hij vertelt, zul je naast hoofdvragen ook de zgn. doorvraagvragen moeten stellen; die diepen een onderwerp uit.


Voorbeelden van doorvragen zijn:

- Kunt u daar een voorbeeld van geven?
- Hoe bedoelt u dat precies?
- Kunt u dat uitleggen?
- Wilt u uw antwoord toelichten?
- Wat zijn de oorzaken daarvan?
- Welke argumenten had u daarvoor?
- Waarom hebt u dat gedaan?

Gesloten vragen zijn zeer geschikt als je op zoek bent naar feiten.

Voorbeelden van gesloten vragen zijn:

      a)      herkenningsvragen (b.v. Kunnen we dit muziekstuk in de Rock & Roll plaatsen?)

b)      alternatiefvragen (b.v. Wie kiest voor deze oplossing en wie voor die?)

c)      meerkeuzevragen (b.v. Welk van de volgende pianoconcerten is geschreven door Mozart? (a -,b -,c -, d -)

 

Open vragen zijn geschikt als je meer interesse hebt in meningen dan feiten. De luisteraar/ lezer/ kijker krijgt dan een beter beeld van de geinterviewde.

Enkele voorbeelden van open vragen zijn:

      a)         Wat spreekt je in dit boek zo aan?

b)        Welke gevolgen zou een oorlog in het Golfgebied voor  het milieu hebben?

c)         Geef toepassingsmogelijkheden bij deze stelling?

d)        Hoe zou je de verkeersveiligheid op de snelweg Breda - Antwerpen kunnen verbeteren?

 

Voorkomen van fouten bij interviewvragen

  1. Probeer de geinterviewde geen mening op te dringen.

        bijv. Vind jij dat ook zo'n slechte zanger?

   2    Stel nooit twee vragen tegelijk.

        bijv. Houd je van drop en hoeveel drop eet je dan per dag?

   3   Voorkom zogenaamde ja/nee-vragen.

          bijv. Vind jij....hebt u.....denk je...?

   4   Stel geen ingewikkelde of te vage vragen aan de geinterviewde.

        bijv. Wat voor verhalen lees je in elk geval niet als je niet weet wat je moet doen?

  5    Je vraag mag niet elke keer met dezelfde vraagwoorden beginnen

        bijv. 4x een wat-vraag, drie een hoe-vraag en 3x een waarom vraag. Afwisselen dus!

 

Oefening: Zoek m.b.v. Google eens naar 'interview' op internet en kijk of die aan bovengestelde eisen voldoet. Je zult zien dat een interview moeilijker is dan je denkt!