Geallieerde slachtoffers in Culemborg of omgeving
Omgekomen Britse vliegeniers en parachutist

Twee graven van de bemanningsleden van een Britse Whitley V-bommenwerper V N1463 (58 Sqdn.) die op 18 juni 1940 01.00 uur buitendijks neerstortte in de Redichemse polder, nabij de afgraving. Het vliegtuig had Gelschenkirchen gebombardeerd en was op de weg terug naar de Engelse basis Linton on Ouse. De bemanning had net van tevoren nog een kortstondig bombardement op het vliegveld Soesterberg uitgevoerd.


Indrukwekkend schilderij dat in 1985 van bovengenoemd voorval
is gemaakt door de Culemborgse schilder
Nico M. Peeters
op basis van gegevens van Culemborger C. van Hattem
Als gevolg van navigatie en/of motorproblemen(brand in bakboordmotor) raakte het vliegtuig uit de koers. Door een kleine navigatiefout kon de bemanning, gezien de vliegroutes aan de overzijde van de Lek, in contact gekomen zijn met Duitse nachtjagers. In ieder geval heeft er een vuurgevecht plaatsgevonden in de omgeving van de Lek, want toeschouwers werden opgeschrikt door machinegeweervuur.
|
Type |
Whitley |
|---|---|
|
Serienummer |
N1463 |
|
Squadron |
58 |
|
X1D |
GE-L |
|
Operatie |
Gelsenkirchen |
|
Datum |
18 juni 1940 |
Whitley V
F/S G.J.Ford (omgekomen), Sgt H.P.Maguire (krijgsgevangen), Sgt E.Jones-Roberts (omgekomen), Sgt A.E.Furze (krijgsgevangen), Sgt F.S.Staley (krijgsgevangen en ook wel genoemd Sgt F.S.Stanley ), Sgt A.E.Furze was in Krijgsgevangenkamp L1/L6/357 (krijgsgevangen) samen met Sgt F.S.Staley (krijgsgevangen). Sgt H.P.Maguire (ook wel genoemd met de voorletters H.P.F.) in krijgsgevangenkamp L1/L6.
De slachtoffers waren piloot sgt.
Gordon James Ford uit
Crumlin, Zuid-Wales in Groot Brittannië en zijn waarnemer sgt.
Eric Jones-Roberts
uit Llangollen in Noord-Wales. Zij werden de volgende dag nog met Duitse
militaire eer
begraven. Het peloton stond onder commando van Overste Ribbius, plaatselijke
Kantonnementscommandant, terwijl enige officieren en burgerlijke
autoriteiten aanwezig waren.
De veldprediker was Ds.Lutey en de aalmoezenier was
Pater van Wegen.
De andere vier
bemanningsleden werden krijgsgevangenen gemaakt en naar Duitsland overgebracht.
Zij overleefden de oorlog.


Uit de CC van 19 juni 1940
Geschiedenis van nr. 58 squadron
Hun
strijdkreet was: "alis nocturnis" ("op de vleugels van de nacht").
Embleem: een uil op een tak.
Nr. 58 squadron, RFC, werd op 10 januari 1916 opgericht in Cramlington, Northumberland, als een kernvlucht onder auspiciën van het nr. 36
Home Defence squadron. Ze bleven verbonden met deze eenheid tot juni 1917
en werden vervolgens een afzonderlijke squadron met de rol van geavanceerde trainingsunit.
Toen er een grotere vraag naar nachtbombardementen op het Europees vasteland
kwam, werd Nr.58 gemobiliseerd en in
februari 1918 ingezet op het Westelijke Front. Hier bleven ze tot de wapenstilstand en vanaf september
1918 vlogen ze met de Handley Page 0/400. Hun doelen waren vnl. vliegvelden, spoorwegknooppunten, troepenconcentraties.
In negen maanden tijd wierpen ze 247 ton bommen af . Bijna net zoveel als er
tijdens de gehele Eerste Wereldoorlog op Engeland is afgeworpen door de Duitsers.
Tussen de wapenstilstand en het half april 1919, werd het squadron ingezet voor
personenvervoer. Hierna vertrok het in de zomer van 1919 voor een training naar
Egypte. Een aantal piloten vloog hun Handley Page zelf uit Frankrijk naar Egypte en anderen
weer terug naar Engeland.
In februari 1920 werd het squadron omgezet naar nr. 70 squadron en werd
het een
zware bommenwerper eenheid. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werd de tijd vnl.
gevuld met trainingen.
Het squadron vloog bij het uitbereken van de oorlog in september 1939 met Whitley's vanuit Yorkshire.
Hun eerste actie was in de nacht van 3 op 4 september 1939, toen ze in combinatie met
het nr. 51 squadron pamfletten uitstrooiden boven Duitsland. Enkele weken na
deze actie verhuisde het squadron naar een vliegveld in zuidwest Engeland voor
kustbewaking. Ze keerden in april weer terug naar Yorkshire en van april 1940 tot maart 1942
speelden ze een prominente rol in de nacht bombardementen op Duitsland.
Hun doelen warenzeer gevarieerd:
van vliegvelden, spoorwegknooppunten, scheepswerven en industriële
centra, de havens, olie- en benzine installaties en transport op zee.
Drie hoogtepunten in deze periode waren hun deelname aan de eerste grote aanval op het Duitse vasteland (Mönchen-Gladbach
en Gelschenkirchen) op de elfde-twaalfde mei
1940; de eerste aanval op Italië (Turijn) op de elfde-twaalfde juni
1940 en de eerste aanval op Berlijn op de 25-/26 augustus 1940.
In april 1942 werd het Nr. 58 squadron gebruikt voor kustbewaking en tijdens
de rest van de oorlog ingezet als een verkenningseenheid. Toen vloog ze al met
de Halifax. Ze heeft de vijand veel schade toegebracht: veel Duitse schepen en
zelfs
vijf U-boten tot zinken gebracht, totdat het squadron op 25
mei 1945 werd ontbonden.
Onbekende parachutist

Graf van een onbekende Britse parachutist op de Algemene begraafplaats aan de
Achterweg in Culemborg.
Hij was afkomstig van de 1st Airborne Divisie en
betrokken geweest bij de luchtlanding in september 1944 nabij
Arnhem. Hij was vermoedelijk een slachtoffer van de
terugtocht in de nacht van 25/26 september 1944. Zes weken later, op 12 november
1944, spoelde hij pas aan in
Culemborg. Hij was iemand uit de parachutebataljons,
omdat op zijn rode baret een parachutewing was bevestigd.

Gedeelte van een document uit het Regionaal Archief in Tiel
Gesneuvelde Canadezen in Culemborg

Wellington X
In de nacht van 25 en 26 juli 1943 om 2.30 uur kwam, op de
terugtocht van een bombardement op de Duitse industriestad Essen, een Engelse
Wellington-bommenwerper behorende tot het 429e eskader van de R.A.F., (HE803), in
moeilijkheden. Het toestel was op de terugreis naar de basis in East-Moor in Yorkshire.
Dit vliegveld werd
geopend in 1942 en uitsluitend gebruikt door Royal Canadian Air Force (RCAF).
Het vliegtuig was op de vlucht terug, toen het door een Duitse nachtjager
ME-110, bestuurd door Werner Streib en boordmarconist
Fisher van 1/NJG1, werd
aangeschoten. Vier van
de vijf bemanningsleden wilden het vliegtuig aan de grond zetten, maar de piloot wilde verder
vliegen. In Asch maakte het een noodlanding, waarbij vier bemanningsleden het
toestel verlieten:
Navigator - Sgt Howard W Clarke
RCAF, uit Talbot, Alta, Canada.
BA - Sgt F W R Frost RAF.
Wop /AG - Sgt Joseph A M Lortie RCAF, uit St. Agathe des Monte, Quebec, Canada.
A/G (= airgunner) - Lt J C Elliott USAAF.
Kort daarna werden zij allen door militairen van de Duitse Luchtmacht gearresteerd en, op Ltn Elliot na die door zijn verwondingen naar een ziekenhuis werd gebracht, krijgsgevangen gemaakt. Allen hebben de krijgsgevangenschap overleefd. Sgt. H.W. Clarke, trouwde zelfs in krijgsgevangenschap.
De piloot F/O
Keith, Mclean Johnston (servicenr. J/16067) steeg echter alleen
met het toestel weer op om alsnog Engeland te bereiken, maar het vliegtuig kon
niet genoeg hoogte meer krijgen en vloog bij het zgn. Melkbrugje, oostelijk van
station Culemborg, tussen de rails en de bovenleiding door en brak aan de
westzijde van de spoorbaan in de rietput in stukken. De piloot werd daarbij zeer ernstig
gewond en werd naar het ziekenhuis in Culemborg gebracht. Van hieruit werd hij
vervoerd naar het hospitaal van de Duitse luchtmacht in Amsterdam. Helaas
is hij daar uiteindelijk toch aan zijn verwondingen bezweken. Ltn. Johnston
ligt op het Canadese militaire kerkhof bij Bergen op Zoom
begraven.
De Duitsers hebben in gedeelten het vliegtuig gedemonteerd en vervolgens per
transport naar Duitsland vervoerd.

Flying Officer KEITH
MCLEAN JOHNSTON
J/16067, 429 Sqdn., Royal Canadian Air Force
Overleed op een leeftijd van 25 jaar
op 26 juli 1943
Zoon van John Thomas Johnston en Margaret Ann Johnston;
echtgenoot van Elizabeth Robertson Smith, uit Blairgowrie, Perthshire,
Schotland.
Remembered with honour
CANADIAN WAR CEMETERY TE BERGEN-OP-ZOOM

Foto: Commonwealth War Graves Commission
No 429 Squadron RCAF
Hun strijdkreet was "Fortunae nihil" ( "Niets aan het toeval overlatend").
Logo: Een bizon op een berg, met de kop omlaag. De inheemse Canadese bizon staat bekend als een felle en krachtige tegenstander.
Nr. 429 (Bison) Squadron werd op 7 november 1942 opgericht in East Moor, als een bommenwerpereenheid van nr. 4 Group, maar werd uiteindelijk vijf maanden later toegevoegd aan nr. 6 (RCAF) Groep . Op 11 en 12 augustus 1943, vond een verhuizing plats naar Leeming, de thuishaven voor dit esquadron voor de rest van zijn verblijf in het Verenigd Koninkrijk. Oorspronkelijk was dit squadron uitgerust met Wellington Ills en XS, in september 1943 schakelde het squadron over naar de Halifax IIs en vervolgens naar de Halifax Vs in november en maart 1944 de Halifax Ills . Tegen het einde van maart 1945, waren het de vliegende forten Lancaster ls en III's, met welke zij hun laatste paar zware bombardementen uitvoerden.
Bommenwerpers:
Codeletters:
Eerste operationele missie in de Tweede Wereldoorlog:
Laatste operationele missie in de Tweede Wereldoorlog:
Omgekomen Canadese tankchauffeur
James was chauffeur van een carriertank van het Calgary Regiment, dat in de maand mei in Culemborg verbleef. Hij overleed aan zijn verwondingen nadat zijn voertuig op de Kleine Buitenom (ten zuiden van de spoorbrug) kantelde en van de dijk rolde. Hij probeerde tijdens de val uit de carrier te klimmen, maar kwam daardoor onder het voertuig terecht. Zij co-chauffeur bleef ziten en bleef ongedeerd. Joop van Beuzekom uit Culemborg was hiervan getuige en heeft de webmaster hierover getipt. Na een uitgebreide speurtocht in Canada kwam hij in contact met familieleden van James.
Het oorlogsdagboek van het Regiment maakt hiervan op de volgende wijze gewag: " M-8535 Tpr. James P. Rowles died of injuries sustained when a recce tank which he was driving turned over on the dyke road south of Culenborg bridge."
Tsjechisch piloot crasht nabij Culemborg
Op 11 augustus 1944 om 12.55 uur beschoot een Engels Spitfire
VB-jachtvliegtuig met serienr. AR-441 en behorende tot de Tsjechische 310
Sqdn. van de R.A.F. een trein op het traject Geldermalsen-Culemborg. De piloot
Arnold Elbogen vloog daarbij echter zo laag, dat zijn vliegtuig een mast van de
bovenleiding raakte en in een spoorput terechtkwam. De heer Vroege en Dr.
Bongaerts uit Culemborg haalden gezamenlijk de zwaargewonde piloot uit het wrak
en brachten hem vanuit het Trichtseveld per vrachtwagen over naar Geldermalsen. Van hieruit werd hij per
ambulance naar Utrecht vervoerd en later naar Amsterdam. Daar is hij
uiteindelijk aan zijn verwondingen bezweken en tevens begraven.
Logo van het 310 Sqdn.