Gesneuvelde Nederlandse militairen op Culemborgs grondgebied

De Nederlandse verdedigingsstellingen (E. Brongers 1940)
In Culemborg waren o.a. gelegerd:
Huize Den Bol
In de zgn. voormobilisatie van 29 augustus 1939 werd
er vanwege het strategisch belang van Culemborg ( m.n. de spoorbrug) begonnen
met de plaatsing van afweergeschut. Dit afweergeschut werd opgesteld in
neerklapbare schuurtjes bij huize "Den Bol" aan de Beusichemsedijk en in de
omgeving van de spoorbrug en het veer. Ook op de Varkensmarkt stond ook
luchtafweergeschut opgesteld.
Het was al geruime tijd bekend dat Duitse
burgervliegtuigen die van Keulen naar Schiphol vlogen, spionagemateriaal aan
boord hadden, waarmee vrij eenvoudig afweergeschut gelokaliseerd werd.
Op 1 januari 1940 werden op de IJsbaan tegenover de Metaalwarenfabriek Gispen'
te Culemborg, schaatswedstrijden gehouden voor de Nederlandse militairen,
behorende tot het Kantonnement Regiment, gelegerd. te Culemborg. Hiervoor werden
prijzen beschikbaar gesteld door de Burgercommissie C en 0. Aanvang der
wedstrijden om 9.30 uur v.m. met wedstrijdrijden, in de namiddag stond
schoonrijden op het programma. De militaire apotheker, de heer Jongebroer, kreeg
de leiding.
Tijdens de voormobilisatie werden in Culemborg een groot aantal militairen ondergebracht. De Fröbelschool van J.C.Bink in de Goilberdingerstraat moest plaats maken voor een groot aantal Nederlandse soldaten. In het R.K.-parochiehuis in de Grote Kerkstraat was de 3e Compagnie Pioniers (3CP) gelegerd. In de grote zaal hadden de soldaten hun slaapplaatsen . Het voorste gedeelte werd gebruikt als kantine. Op het Speelterrein 'de Doelen' te Culemborg kwamen eveneens een groot aantal Nederlandse soldaten, in tentenkampen, als ook in het voormalige gebouw 'Maria Regina' op de Varkensmarkt. Het gebouw De Trio in de Binnenmolenstraat werd ook voor de Nederlandse strijdkrachten gevorderd, terwijl het gebouw de Imprimator in de Prijssestraat kort tevoren in gebruik was genomen. De militaire staf lag ingekwartierd in villa Sprokkelenburg.
Er was in Culemborg een regeling getroffen: in het geval van oorlog zouden het Barbaraziekenhuis en in het Seminarie alsmede in het Elisabethweeshuis een noodhospitaal worden. Ingericht voor de gewonde militairen en burgers. In deze zelfde periode ging men in Culemborg en spoedcursus organiseren waaraan ook een twintigtal Zusters aan deelnamen.
Op 10 mei vielen de Duitsers Nederland binnen. Middels een
Blitzkrieg probeerden zij een beslissing te forceren.'s nachts om drie uur werd
de grens overschreden door marcherende troepen, rollend materieel en door de
lucht m.b.v. transportvliegtuigen die ver achter de Hollandse Waterlinie
parachutisten dropten. Iedereen werd die vrijdagmorgen gewekt door ronkende
vliegtuigmotoren en ratelende afweergeschut.
Duitse vliegtuigen scheerden laag over de Culemborgse huizen en
mitrailleurkogels ketsten over de straten. Menig dakpan en ruit moest het
ontgelden. De bevolking schuilde binnenshuis en in kelders.

Het Barbaraziekenhuis was ingericht als Rode Kruishospitaal. Militaire artsen
opereerden er militairen die in de Peelinie en Grebbeberg gewond waren geraakt.
Soms werden gewonden per gevorderde V&D-vrachtauto (met een in de haast
opgeschilderd rood kruis)naar het militair hospitaal in Utrecht gebracht.
Een hulpverlener herinnerde dat er een dode Duitse parachutist werd binnengebracht, die
waarschijnlijk ondersteboven terecht was gekomen, want zijn hoofd was in zijn
borstkas gedrukt.
Zowel op vrijdag 10 mei als zaterdag 11 mei slaagde het afweergeschut erin een Duits toestel neer te halen. Een kwam in Schalkwijk terecht, de andere in Houten. Het afweergeschut bij huize De Bol had het bij luchtaanvallen zwaar te verduren en het was een wonder dat het slechts het leven kostte van een militair.
.jpg)
Er was bij Culemborg geen verkeersbrug,
vandaar dat er een pontonbrug werd geslagen. De pontonbrug bij Culemborg lag op
ongeveer 200 meter van de spoorbrug, ter hoogte van het thans nog steeds
dienstdoende pontveer. De Duitsers hadden het hier in de eerste oorlogsdagen geregeld op gemunt. Deze pontonbrug is in de namiddag van de 13e mei afgebroken.
Voor het
overzetten van de troepen werd hierna de spoorbrug gebruikt.
Voor zover bekend waren als gevolg van Duitse luchtaanvallen
bij de brug(gen) van Culemborg zes gesneuvelden te betreuren, De meesten waren gestationeerd bij
de daar opgestelde luchtafweerbatterij.
De pontonniers waren gehuisvest in schuren die daar in de buurt stonden.
Ongeveer op de plaats waar de veerpont nu is. Er speelden regelmatig militaire
voetbalelftallen tegen elftallen van de plaatselijke club Vriendenschaar.
Klik hier voor een terugblik van negen maanden demobilisatie in Culemborg door Frank van Falckenoort van 3-III-13 Reg. Art.
Klik hier voor een sfeertekening van de demobilisatie in de CC van 8 juni 1940.
Bekijk hier de aflevering van Andere tijden met o.a. de opkomst van Hitler en de meidagen van 1940
Dit zijn de zeven slachtoffers van in Culemborg gelegerde
Nederlandse militairen:
| Achternaam | Bronkhorst | ||
| Voornamen | Albert Brugma | Voorletters | A B |
| Rang | Dpl. sold. | ||
| Mil. onderdeel | 1-9 C - Lu. Mitr. | ||
| Onderscheiding | BK. | ||
| Geboorteplaats | Tasikmalaja | Geboortedatum | 22-05-1917 |
| Overlijdensplaats | Amsterdam | Overlijdensdatum | 14-05-1940 |
| Begraafplaats Nwe Oosterbegraafplaats te Amsterdam | |||
| Gemeente | Amsterdam | ||
| Provincie | Noord-Holland | ||
| Land | Nederland | ||
| Vak | 66 | ||
| Nummer | 4 | ||
Monument op de Nieuwe Ooster begraafplaats te A'dam, ter nagedachtenis aan
acht gevallen militairen, w.o. Albert, die omgekomen waren in de meidagen
van 1940
Albert is de zoon van
Dietert Brugma Bronkhorst (1877-1923) en Bertha
Dekker (17-2-1889-?) en woonde te Haarlem. Ze kregen samen drie kinderen:
Albert
Brugma (*1917), Dietert Rabo (*1918) en
Armand Francois *1922. Zij allen waren in Nederlands-Indië geboren.
Dienstplichtig soldaat Albert Brugma Bronkhorst werd zwaar gewond,
toen de batterijstelling op De Bol tweemaal door
een laagvliegende Duitse bommenwerper werd getroffen. Doordat zijn mitrailleur
onklaar was geraakt, holde hij na de eerste aanval naar een 2 tl om te helpen
bij het vullen van leeggeschoten patroonhouders. Door scherven van een op dat
moment inslaande bom, werd hij dodelijk gewond. Hij overleed op weg naar het Julianaziekenhuis in Amsterdam.
"Hij was een stille, ijverige en flinke kerel'
----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
| Achternaam | Edink | ||
| Voornamen | Jan | Voorletters | J. |
| Rang | Dpl.Korp. | ||
| Mil. onderdeel | 3-II G.B. | ||
| Geboorteplaats | Kampen | Geboortedatum | 21-03-1912 |
| Overlijdensplaats | Culemborg | Overlijdensdatum | 12-05-1940 |
| Begraafplaats Gem. Begraafplaats te IJsselmuiden | |||
| Gemeente | Kampen |
|
|
| Provincie | Overijssel | ||
| Land | Nederland | ||
| Vak | 7 | ||
| Nummer | 25 | ||
Algemene gegevens en foto van het graf zijn afkomstig van www.ogs.nl

Op dit oorlogsmonument te Heumen (bij Nijmegen) staat Jan Edink ook vermeld. Krantenartikel begrafenis van Jan Edink

Dienstplichtig korporaal Jan Edink was bakkersknecht bij bakkerij Nijland in Kampen en
was getrouwd met
Aaltje Brouwer.
Jan werd tijdens de mobilisatie opgeroepen en kon als kok aan de slag in
Groesbeek, dat toen een voorpost was van de
Maas-Waal-stelling.
Deze voorpost had als taak het d.m.v.
lichtkogels waarschuwen van de verdedigingslinie achter het Maas-Waalkanaal en
het vertragen van de Duitse opmars door het activeren van wegversperringen. 's
Morgens op 10 mei steekt Jan met een paar dienstkameraden de Maas over. Vanaf
dat moment, tot aan het sneuvelen op 12 mei bij Culemborg, is het onduidelijk
hoe zijn route door Betuwe eruit zag. Hij is op een of andere manier van zijn
compagnie afgeraakt. Deze werd vrijwel geheel gevangen genomen. Op een gegeven
moment is hij in de algehele terugtocht bij Culemborg terecht gekomen en mogelijk bij de pontonbrug bij een Duitse
luchtaanval om het leven gekomen.
Aaltje was in verwachting toen de oorlog uitbrak. Toen enkele maanden later de
baby geboren werd, werd ze genoemd naar haar overleden vader: Jannie.
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
| Achternaam | Hoogeveen | ||
| Voornamen | Cornelis | Voorletters | C. |
| Rang | Dpl.Sold. | ||
| Mil. onderdeel | St.-II-46 R.I. | ||
| Geboorteplaats | Rotterdam | Geboortedatum | 07-05-1912 |
| Overlijdensplaats | Culemborg | Overlijdensdatum | 14-05-1940 |
| Begraafplaats Gem. Begraafplaats Crooswijk te Rotterdam | |||
| Gemeente | Rotterdam |
|
|
| Provincie | Zuid-Holland | ||
| Land | Nederland | ||
| Vak | P | ||
| Rij | 1 | ||
| Nummer | 54 | ||
Algemene gegevens en foto van het graf zijn afkomstig van www.ogs.nl
De ouders van Cornelis waren Cornelis Hoogeveen en Margaretha M. Lorijn.
Hij was getrouwd op 29 april 1936 met Cornelia R. J. Reijntjes. Ze kregen twee
kinderen: Cornelis *1937 en Christiaan Hendrik *1939.

Het massagraf te Crooswijk. Later kreeg elke gesneuvelde een aparte grafsteen
-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
| Achternaam | Lunshof | ||
| Voornamen | Berend Pieter | Voorletters | B.P. |
| Rang | Dpl.Sergt. | ||
| Mil. onderdeel | Tr. Det. St. III L.K. | ||
| Geboorteplaats | Assen | Geboortedatum | 25-10-1917 |
| Overlijdensplaats | Culemborg | Overlijdensdatum | 13-05-1940 |
| Begraafplaats Zuiderbegraafplaats te Assen | |||
| Gemeente | Assen |
|
|
| Provincie | Drenthe | ||
| Land | Nederland | ||
| Vak | 2 | ||
| Rij | J | ||
| Nummer | 19 | ||
Algemene gegevens en foto van het graf zijn afkomstig van www.ogs.nl

Monument van de vml Rijks HBS te
Assen. Het betreft oud-leerlingen die tijdens de oorlog zijn omgekomen.
Het staat nu in de entree van het Dr. Nassau College.
(Bron: John Plas)
Als dienstplichtig sergeant-administrateur kwam de 22-jarige Berend op 13 mei om 19.00 uur, waarschijnlijk door een luchtaanval nabij de pontonbrug in Culemborg om het leven.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
| Achternaam | Willemse | ||
| Voornamen | Martinus Wilhelmus | Voorletters | M.W. |
| Rang | Dpl. Sold. | ||
| Mil. onderdeel | 115 Bt.Lu.A. | ||
| Geboorteplaats | Haarlem | Geboortedatum | 11-02-1916 |
| Overlijdensplaats | Culemborg | Overlijdensdatum | 12-05-1940 |
| Begraafplaats Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen | |||
| Gemeente | Rhenen |
|
|
| Provincie | Utrecht | ||
| Land | Nederland | ||
| Rij | 10 | ||
| Nummer | 13 | ||
Algemene
gegevens en foto van het graf zijn afkomstig van
www.ogs.nl
Meubelmaker Martinus Wilhelmus Willemse was de zoon van schoenmaker Martinus Wilhelmus Willemse (*1894) en Trijntje Elisabeth Pik (*1897). Zij trouwden in november 1915. Ze kregen samen twee kinderen: Martinus Wilhelmus (*1916) en Jacoba Brigitta (*1919) Zij allen verhuisden in 1919 vanuit Haarlem naar Amsterdam, waar ze woonden op de 1e Atjehstraat 61, 1 hoog. Het gezin verhuisde per 28-4-1924 naar Schoten. Moeder Trijntje overleed in 1927.
Dienstplichtig soldaat "Tinus" Willemse overleed aan een buikschot, die hij had opgelopen bij een beschieting nabij de pontonbrug bij Culemborg. Omtrent de plaats van overlijden zijn nog onduidelijkheden.
Zijn naam wordt vermeld op het oorlogsmonument in het Reinaldapark in Haarlem.
begr.. 15-5-1940 Culemborg ABP militair graf
herb. 6-6-1940 Haarlem Noorder BP algemeen graf
herb. 6-10-1976 Militair Ereveld Grebbeberg.
-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
| Achternaam | Zeeuw | Tussenvoegsels | de |
| Voornamen | Adriaan Pieter | Voorletters | A.P. |
| Rang | Dpl. sold. | ||
| Mil. onderdeel | Tr. Det. Staf III L.K. | ||
| Geboorteplaats | Terneuzen | Geboortedatum | 01-02-1911 |
| Overlijdensplaats | Culemborg | Overlijdensdatum | 11-05-1940 |
| Begraafplaats Nwe Zuiderbegraafplaats te Terneuzen | |||
| Gemeente | Terneuzen | ||
| Provincie | Zeeland | ||
| Land | Nederland | ||
| Vak | F | ||
| Rij | 12 | ||
| Grafruimtenr. | 412 | ||
Adriaans ouders waren de uit Terneuzen
afkomstige letterzetter Adriaan de Zeeuw (1877-1950) en Bastiana Cornelia van Wijck (1882-1963).
Ze trouwden op 17 december 1908 in Terneuzen en kregen samen twee kinderen:
Adriaan Pieter en Pieter Dirk (1918-1999).
Adriaan was in mei 1940 gelegerd in Culemborg. Zijn veldpostpeloton bestond
uit 13 militairen.
Veldpost
Culemborg, met 2e linksachter Piet Vermeeren. Adriaan zit op de 2e
rij.
In de memoires van een collega van Adriaan, soldaat Vermeeren, over de mobilisatie en de daarop volgende oorlogsjaren, komt de volgende passage voor over de toedracht van de dood van Adriaan:
"Op de morgen van de 10e mei toen het
bericht van de invasie binnenkwam trok het 2e regiment Infanterie
zich terug richting ’s Hertogenbosch. Te Culemborg werd geslapen tussen de
postzakken in het gebouw van de katholieke werkliedenvereniging.("De
Werkman" in de Zandstraat, red)
De volgende morgen 11 mei, werden we om 04.00 uur wreed gewekt toen we onder
beschieting kwamen te liggen van de Duitsers. De moeder van Toontje (1 van
mijn 13 kompanen, die in Culemborg woonde) had ontbijt klaar gemaakt.
Adriaan de Zeeuw wou echter niet mee gaan eten. De beschietingen die morgen
had hem verstijfd van angst. “Laat mij nou maar hier, wij komen toch niet
meer thuis,” riep hij herhaaldelijk van angst. Uiteindelijk liep hij met mij
vanuit het werkliedengebouw mee naar buiten waar de
anderen al op ons stonden te wachten. Ik liep naast Adriaan toen plotseling
een Stuka uit het niets aanviel en een salvo dum-dum kogels afvuurde.
Adriaan werd letterlijk onthoofd!"
Adriaan de Zeeuw behoorde, samen met soldaat Piet Vermeeren uit Sevenum, tot een veldpost die oorspronkelijk was gevestigd in een weiland bij de boerderij van de latere minister van landbouw Gerrit Braks te Odiliapeel. Hiernaast nog een foto waar 12 van de 13 militairen op staan. Vanuit Culemborg verliep de terugtocht van deze veldpost via Meerkerk en Weverwijk, alwaar zij op een hooizolder sliepen en in de morgen van de 15e mei krijgsgevangen werden gemaakt. Na hun gevangenname is Piet Vermeeren gevlucht. Via de veerpont van Tuil naar Zaltbommel, wist hij bij zijn inkwartieradres te komen in Den Bosch. Daar kon hij zijn burgerkloffie aantrekken en verder te voet naar Sevenum komen. De gehele groep werd door de Duitsers op 28 mei vrijgelaten en allen kwamen behouden thuis.
Met dank aan Frans Vermeeren uit Sevenum en
Adrie de Zeeuw
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
| Achternaam | Zon | Tussenvoegsels | van |
| Voornamen | Berend Jan | Voorletters | B.J. |
| Rang | Dpl. sergt | ||
| Mil. onderdeel | 9 C Lu. Mitr. | ||
| Geboorteplaats | Markelo | Geboortedatum | 03-04-1908 |
| Overlijdensplaats | Culemborg | Overlijdensdatum | 11-05-1940 |
| Begraafplaats Oude Gem. Begraafplaats te Holten | |||
| Gemeente | Rijssen-Holten |
![]() ![]() Jan wordt ook genoemd op het oorlogsmonument op de Holterberg. |
|
| Provincie | Overijssel | ||
| Land | Nederland | ||
| Vak | XIX | ||
| Nummer | 21 | ||
Algemene gegevens en foto van het graf zijn afkomstig van www.ogs.nl
De uit Holten afkomstige bakker Jan van Zon was de zoon van Gerrit Jan van Zon en Johanna Oosterkamp uit Markelo. Jan was in 1935 getrouwd met Berendina Johanna Lonink en had op het moment van overlijden een 4-jarige zoon.
herbegraven 18-7-1940
te Holten op de Oude Algemene Begraafplaats.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------
Onderstaande soldaat raakte een dag na zijn verjaardag op 13 mei 1940 ernstig gewond door een Duitse luchtaanval op de pontonbrug in Culemborg. Hij is diezelfde dag nog overgebracht naar het Julianaziekenhuis te Amsterdam en daar een dag later aan zijn verwondingen overleden. Net als de hierboven genoemde Albert Brugma Bronkhorst.
| Achternaam | Asch | Tussenvoegsels | van |
| Voornamen | Pieter Hendrikus Gerardus | Voorletters | P.H.G. |
| Rang | Dpl. sold. | ||
| Mil. onderdeel | 117 Bt.Lu.A. | ||
| Geboorteplaats | Utrecht | Geboortedatum | 12-05-1908 |
| Overlijdensplaats | Amsterdam | Overlijdensdatum | 14-05-1940 |
| Begraafplaats Militair ereveld Grebbeberg te Rhenen | |||
| Gemeente | Rhenen |
|
|
| Provincie | Utrecht | ||
| Land | Nederland | ||
| Rij | 9 | ||
| Nummer | 10 | ||
De
ouders van Pieter waren de uit Utrecht afkomstige smid
Pieter van Asch en Jacoba
Margaretha van Gils. Zij trouwden in 1907 in Utrecht. Pieter was het
oudste kind, vervolgens werden Hendrika Geertruida (1910-1911) en Jacob
(1914-1988) geboren.
Pieter trouwde op 2 februari 1938 in Doetinchem (zie foto) met Alberta Geertruida Berendina Peters en ze kregen samen op 12 april 1940 een dochter: Johanna Jacoba ("Annie").

Hij woonde
vanaf 1936 in Geldrop aan
de
Leeuwenstraat 6 in de wijk Tivoli,
nu behoort deze wijk tot de gemeente Eindhoven. Deze straat ligt in een wijk, die rond 1930 werd gebouwd voor werknemers van Philips. Bij dit bedrijf was hij
instrumentmaker op de afd. E.T.F.. Hij wordt nog
genoemd in het 33e jaarverslag van dit bedrijf als medewerker. (bron:
In en om de Philipsfabrieken 06/1940, pag.03)
Pieter heeft
zijn dochtertje
maar één keer kunnen zien, toen hij stiekem met een smoes zijn onderdeel in
Culemborg had verlaten en per trein naar Geldrop toog.
Hij stond bij iedereen bekend als makkelijk in
de omgang.
Zijn vrouw Alberta hertrouwde in 1946 in Bergh met Willem Erdhuizen en kreeg daar twee kinderen bij. Ze overleed in 1994 tijdens een vakantie in het Duitse Neuwied.
Met dank aan H. Groenman voor informatie over bovenstaande militairen.